Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

karkó

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roze vleugelhoorn
    De karkó of roze vleugelhoorn bijvoorbeeld, het grote schelpdier dat de Arawak-indianen al van proteïnen voorzag, is beschermd, ook al maken Antillianen thuis nog wel eens een pannetje sòpi di karkó (karkósoep).

Etymologie

* uit het Antiliaans-Nederlands