karonje

/kaˈrɔɲə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) vrouw die zich gemeen of walgelijk gedraagt (soms ook gebruikt voor mannen)
    Sarah Palin is een mooi aangeklede karonje, een helleveeg en daar heeft ze zichtbaar plezier in.
  2. verouderd (verouderd) lichaam van een dood dier dat ergens ligt te vergaan

Etymologie

*van "charonge" "kadaver"