kart
mannelijk (de)/kɑrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) klein vierwielig eenzitsvoertuig zonder carrosserie gemaakt voor gebruik op een racebaan
Etymologie
* van "kart", in de betekenis van ‘skelter’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek