kartel

mannelijk (de)/ˈkɑrtəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kerf, keep, inkeping
zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) verbond van producenten, bedoeld om de markt te beheersen
    kartelland Nederland bloeit volop [http://vorige.nrc.nl/economie/article1551245.ece nrc.nl]
  2. politiek (politiek) (tijdelijk) verbond van politieke partijen

Etymologie

*[B] van "Kartell", in de betekenis van ‘aaneensluiting van producenten’ aangetroffen vanaf 1824

Vertalingen

Spaanscartel, entalladura, cártel