karton

onzijdig (het)/kɑrˈtɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dik, uit enige lagen bestaand bordpapier
    Karton kan niet goed tegen water.
  2. bordpapieren verpakking
    Het karton werd met een cutter opengesneden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bordpapier’ voor het eerst aangetroffen in 1790

Vertalingen

Engelscardboard, carton
Franscarton, carton
DuitsPappe, Karton, Karton
Spaanscartón, pasta de cartón