bordpapier

onzijdig (het)/ˈbɔrtpɑˌpir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. karton.
    Onder het groene tafelkleed lagen bordpapieren, voor het doorstuiven van stof in de laden en die uitschuifbaar waren, waarop dan de pooten van de voorbeeld-standerds kwamen te rusten, ook van stevig bordpapier en zoo uit éen stuk gesneden dat ze vlak weêr opgeborgen konden worden na het gebruik.

Etymologie

* In de betekenis van ‘karton’ voor het eerst aangetroffen in 1698

Vertalingen

Engelscardboard
Franscarton
DuitsKarton
Spaanscartón
Zweedskartong