kashouder
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de beheerder van de kas; persoon die belast is met het bijhouden van de kasDe ander was een oude kashouder die vanwege zijn ene oog naar de Romeinse held Codes was vernoemd; die bijnaam had hij te danken aan de jongelui die vroeger in de thans bijna onbewoonde bijenkorf hadden gegonsd, en hij had de geboortenaam van de kashouder zo volkomen verdrongen dat deze waarschijnlijk niet had opgekeken als iemand hem vandaag met die naam had aangesproken.
- winkelier in gouden en zilveren voorwerpen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek