kasplant
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkasplɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tuinbouw) plant opgekweekt in een broeikasKasplanten groeien niet in de volle grond.[http://www.petershof-weustenrade.nl/home/de-tuin De inrichting van de tuin], Petershof-Weustenrade
- (figuurlijk) als verkleinwoord kasplantje: onweerbaar of weinig weerbaar persoon of eenvoudig te verstoren ontwikkelingToen de man in coma raakte leefde hij nog twee weken als kasplantje.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek