Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kedoesja
mannelijk/vrouwelijk (de)/kษdu'สa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- heiligheid, heiliging
- gebed waarin Gods naam wordt geheiligd, ingevoegd in de Amida vรณรณr de derde bracha
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek