keer
mannelijk (de)/ker/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurtDie fout maak je elke keer."Het is dit jaar voor eerst dat we het effect zo duidelijk zien", zegt voorzitter Rachel Heijne van Kringloop Nederland. "We zien ook dat de kwaliteit van spullen gewoon echt slecht is. Het is kleding die na een paar keer wassen kapot gaat. Die kun je niet in de kringloop verkopen.
Uitdrukkingen
- geen enkele keer — nooit
- voor de eerste keer — voor het eerst
- voor de laatste keer — voor het laatst
Vertalingen
Engelstime
Fransfois
DuitsMal
Spaansvez
Zweedsgång
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek