maal
/mal/
Wat is de betekenis van maal?
maal betekent: (verouderd) tijdstip, tijd (vooral in samenstellingen en afleidingen)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) tijdstip, tijd (vooral in samenstellingen en afleidingen)
- telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
zelfstandig naamwoord
- de handeling van eten zoals die dagelijks op geregelde tijden plaatsvindt
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) merkteken, vlek
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) geërfde. markgenoot
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) koe van anderhalf tot twee jaar, die nog niet heeft gekalfd
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) zak, tas
Voorbeelden van "maal" in een zin
- Dit was de tweede maal dat zijn pet werd afgeblazen door de wind.
- Elke avond stond er weer een heerlijk maal klaar.
Etymologie
* In de betekenis van ‘jonge koe’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Vertalingen
Engelstime, meal
Fransfois, repas
DuitsMal, Mahl, Mahlzeit
Spaansvez
Poolsraz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek