keggen
/ˈkɛɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- met een wig uit elkaar duwen of vastklemmenHouten balken versplinterden onmiddellijk zodra men probeerde de lading te keggen of vast te zetten.
Etymologie
*: "keg" of "kegge" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek