kaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/kak/

Wat is de betekenis van kaak?

kaak betekent: (anatomie) het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn
  2. anatomie (anatomie) een wang
  3. juridisch (juridisch) een houten of stenen podest, waarop de te straffen misdadigers tentoon werden gesteld
  4. voeding (voeding) hard meelgebak

Voorbeelden van "kaak" in een zin

  • De dode dolfijn had een aangeboren afwijking en een gebroken kaak.
  • Mijn stem ontneemt anderen dus ook wel eens de gelegenheid om zelf hun mening te laten horen. Soms kwam ik na mijn werk thuis met een stijve kaak van het praten.
  • Hij gaf haar een kus op de kaken.

Betekenis en uitleg van kaak

De kaak is het deel van je gezicht dat de onderkaak en de bovenkaak omvat. Het speelt een cruciale rol bij het kauwen van voedsel en het vormen van klanken bij het spreken.

Je gebruikt het woord 'kaak' vaak in medische of anatomische contexten, bijvoorbeeld wanneer je praat over tandheelkundige problemen of verwondingen. Daarnaast kan het ook figuratief worden gebruikt, zoals in uitdrukkingen over het verbijsterd zijn of iemand op zijn plaats zetten. De kaak heeft dus zowel een fysieke als een sociale of emotionele dimensie.

Voorbeelden

  • Na een harde klap op zijn kaak voelde hij een scherpe pijn en wist hij dat er iets niet klopte.
  • Ze had haar kaak laten vallen van verbazing toen ze het nieuws hoorde.
  • De tandarts vertelde me dat ik een beugel moest dragen om mijn kaak goed uit te lijnen.

Woordoorsprong

Het woord 'kaak' komt van het Oudnederlands 'chaca', wat 'kaak' of 'kaakbeen' betekende. Dit woord heeft verwante vormen in andere Germaanse talen.

Veelgestelde vragen over kaak

Wat is de betekenis van kaak?

kaak betekent: (anatomie) het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn

Hoeveel betekenissen heeft kaak?

kaak heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft kaak?

kaak is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van kaak?

Synoniemen van kaak zijn: kakement, schandpaal, scheepsbeschuit.

Hoe gebruik je kaak in een zin?

Voorbeeld: “De dode dolfijn had een aangeboren afwijking en een gebroken kaak.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schandpaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1340

Uitdrukkingen

  • Zwijgen, niets zeggen.
  • Blozend van schaamte.
  • Holle wangen.
  • Iemand onder de aandacht brengen.
  • Iets (verkeerds) onder de aandacht brengen.

Vertalingen

Engelsjaw, cheek, pillory
Fransmâchoire
DuitsKiefer, Wange, Schandpfahl
Spaansmandíbula
Portugeesmandíbula
Turksçene, çene kemiği
Poolsżuchwa, szczęka
Zweedsskampåle