schandpaal
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) een paal op een plein, waaraan mensen bij wijze van straf werden vastgemaakt om vernederd te worden door de omstanders
Etymologie
*Samenstelling van 'schand' (van schande) en paal
Uitdrukkingen
- iemand aan de schandpaal nagelen — iemand publiekelijk te schande zetten door hem of haar op wrede/onaardige wijze te bekritiseren
Vertalingen
Engelspillory
DuitsSchandpfahl, Pranger
Spaanspicota
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek