kennen
Wat is de betekenis van kennen?
kennen betekent: (ov) bekend, vertrouwd zijn met
Betekenis
- (ov) bekend, vertrouwd zijn met
- (ov) door studie of oefening geleerd hebben
- het wel moeten ~: vaak ergens door getroffen worden
- (ov) iets ondervinden, doormaken, ervaren
Voorbeelden van "kennen" in een zin
- Ken je de nieuwe overburen al?
- Tijdens het koken zat iedereen elkaar continu te stangen alsof we elkaar al jaren kenden.
- Ik ken de leerstof grondig genoeg.
- Je hebt het de laatste maanden wel moeten kennen, zeg! Eerst die ziekte, nu weer dat ongeluk!
- In de jaren tachtig kende Nederland een langdurige crisis.
Betekenis en uitleg van kennen
Het woord 'kennen' verwijst naar de kennis of ervaring die je hebt van iemand of iets. Het betekent dat je iets of iemand eerder hebt ontmoet of dat je weet hoe iets werkt.
Je gebruikt 'kennen' vaak wanneer je het hebt over persoonlijke relaties of als je iets bekend bent. Het kan ook gebruikt worden in bredere zin, zoals het kennen van een bepaalde zaak of onderwerp. De nuance speelt een rol: je kunt iemand goed kennen of gewoon oppervlakkig kennen.
Voorbeelden
- Ik ken haar al sinds de basisschool en we zijn nog steeds goede vrienden.
- Hij kent de stad als zijn broekzak en kan je de mooiste plekjes laten zien.
- Het is belangrijk om de basisprincipes van deze technologie goed te kennen voordat je ermee aan de slag gaat.
Woordoorsprong
Het woord 'kennen' stamt af van het Oudgermaanse *kunnan, wat 'kunnen' of 'weten' betekent, en heeft zich door de tijd heen ontwikkeld in de verschillende Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over kennen
Wat is de betekenis van kennen?
kennen betekent: (ov) bekend, vertrouwd zijn met
Hoeveel betekenissen heeft kennen?
kennen heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je kennen in een zin?
Voorbeeld: “Ken je de nieuwe overburen al?”
Etymologie
:Oost: : kannjan
Uitdrukkingen
- Ik kende geen els uit een eik. — Ik kon geen els van een eik onderscheiden.
- Aan de veren kent men de vogel — aan het uiterlijk (verzorging/kleding) kun je zien met wat voor iemand je te maken hebt. De kleren maken de man.
- Aan de vruchten kent men de boom — je kunt alleen iemand echt leren kennen door de dingen die doet en de manieren waarop iemand dingen aanpakt
- Bij het scheiden van de markt, leert men de kooplui kennen — als de zaken eenmaal gedaan zijn leer je iemand pas kennen
- De kaart kennen
- De tijd kent geen genade — de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt
- Geen a voor een b kennen
- Het klappen van de zweep kennen — veel ervaring hebben met iets