kerkgoed
onzijdig (het)/ˈkɛrᵊkˌxut/
Wat is de betekenis van kerkgoed?
kerkgoed betekent: (religie) eigendommen van een kerkgemeenschap
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) eigendommen van een kerkgemeenschap
Voorbeelden van "kerkgoed" in een zin
- Moet de inventaris van het kerkgoed mee naar de belastingdienst?
Veelgestelde vragen over kerkgoed
Wat is de betekenis van kerkgoed?
kerkgoed betekent: (religie) eigendommen van een kerkgemeenschap
Welk woordgeslacht heeft kerkgoed?
kerkgoed is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je kerkgoed in een zin?
Voorbeeld: “Moet de inventaris van het kerkgoed mee naar de belastingdienst?”
Etymologie
* (als in goederen)
Vertalingen
Engelschurch property
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek