kerkgoed

onzijdig (het)/ˈkɛrᵊkˌxut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) eigendommen van een kerkgemeenschap
    Moet de inventaris van het kerkgoed mee naar de belastingdienst?

Etymologie

* (als in goederen)

Vertalingen

Engelschurch property