kerkklok
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɛrᵊˌklɔk/
Wat is de betekenis van kerkklok?
kerkklok betekent: (religie) een bel in de toren van een kerk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een bel in de toren van een kerk
- uurwerk op een klokkentoren
Voorbeelden van "kerkklok" in een zin
- Je kan de kerkklok zelfs hier helemaal horen.
- Op zondagochtend fietste ik richting onbekende kerkklokken om te zien of de gemeente en de sfeer daar iets voor mij was.
- Door de ramen van de gang kan ik juist op de kerkklok kijken, en tot m'n grote verlichting zie ik dat 't nog maar vijf minuten voor drie meer is.
Vertalingen
Engelschurch bell, church clock
Franscloche d'église
DuitsKirchenglocke
Zweedskyrkklocka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek