klok

mannelijk/vrouwelijk (de)/klɔk/

Wat is de betekenis van klok?

klok betekent: (natuurkunde), (tijdrekening) een instrument dat de tijd bijhoudt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde, tijdrekening (natuurkunde), (tijdrekening) een instrument dat de tijd bijhoudt
  2. muziekinstrument (muziekinstrument) een belvormige idiofoon, vooral bekend van kerktorens en carillons
  3. communicatie (communicatie) een akoustisch waarschuwingsmiddel waarmee men geluidssignalen aan de bevolking kan geven
tussenwerpsel
  1. het geluid van een vloeistof die schoksgewijs door een vernauwing stroomt
  2. het geluid dat vogels als kippen en kalkoenen maken tijdens het uitbroeden van eieren en het grootbrengen van kuikens

Voorbeelden van "klok" in een zin

  • Als je wil weten hoe laat het is kijk je maar op de klok.
  • Hoe laat is het?' Hoewel er een klok achter haar hing, draaide ze zich niet om.
  • Maar hoe zat het met Isaac - met welke smoes konden ze hem hier houden? De pendule van de klok in de gang slingerde viermaal.
  • De klokken luiden voor de aanvang van de mis, maar ook bij gevaar.
  • Daar glijdt je hand al onder je bed en grijpt een fles, daar zweeft hij door de lucht naar de handig aan de muur bevestigde opener en pats daar gaat de dop, de fles tussen de lippen gedrukt, klok, klok, klok, daar knap je van op.

Betekenis en uitleg van klok

Een klok is een instrument dat de tijd aangeeft, meestal met wijzers die om een ronde schijf draaien. Het kan ook een geluid maken, zoals het slaan van uren, wat vaak een sfeer van ritme en tijdsbesef toevoegt aan onze dagelijkse leven.

Het woord 'klok' gebruik je wanneer je praat over tijdsaanduiding, bijvoorbeeld in de context van het plannen van afspraken of het volgen van dagelijkse routines. Klokken zijn er in verschillende vormen, van traditionele wandklokken tot digitale horloges, en ze kunnen zowel functioneel als decoratief zijn. Een klok kan ook een belangrijke rol spelen in culturele en sociale situaties, zoals het luiden van klokken tijdens feestdagen of ceremonies.

Voorbeelden

  • De grote klok op het plein luidde twaalf uur, wat de mensen herinnerde aan hun lunchpauze.
  • Ik heb een nieuwe klok gekocht voor in de woonkamer, zodat we altijd de tijd kunnen zien terwijl we ontspannen.
  • Tijdens het wachten op de trein, keek ik regelmatig naar de klok om te zien of hij al zou komen.

Woordoorsprong

Het woord 'klok' is afgeleid van het Middelnederlandse 'clocke', wat een verwijzing naar een bel of een geluid maakt dat iets aankondigt.

Veelgestelde vragen over klok

Wat is de betekenis van klok?

klok betekent: (natuurkunde), (tijdrekening) een instrument dat de tijd bijhoudt

Hoeveel betekenissen heeft klok?

klok heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft klok?

klok is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je klok in een zin?

Voorbeeld: “Als je wil weten hoe laat het is kijk je maar op de klok.

Etymologie

*: (klanknabootsing)

Uitdrukkingen

  • tegen de wijzers van de klok inlinksom
  • De klok achteruit zettenTerug naar oude toestanden gaan
  • Een man van de klok zijnIemand die steeds precies op tijd is
  • Daar kun je de klok op gelijkzettenGezegd van iets dat op gezette tijden plaatsvindt
  • Met de regelmaat van een klokGezegd van iets dat zeer regelmatig voorkomt
  • Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergensWeer thuis zijn, is het toch maar het beste
  • Iets aan de grote klok hangenRuime bekendheid geven aan iets
  • Dat klinkt als een klokEen krachtig en gaaf geluid laten horen

Vertalingen

Engelsclock, bell
Franshorloge, cloche
DuitsUhr, Glocke
Spaansreloj, campana, campanilla
Italiaansorologio, campana
Portugeesrelógio, sino
Russischчасы
Chinees鐘, 钟, 時鐘
Japans時計
Arabischساعة
Poolszegar, dzwon
Zweedsklocka, ur, klocka
Deensur