kerkmusicus

mannelijk (de)/ˈkɛrᵊkˌmyzikʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die voor zijn beroep de muziek tijdens kerkdienst speelt
    Op woensdag 15 mei geven kerkmusicus Evan Bogerd en bariton Karel Bogerd een lunchconcert.
    En gedurende drie dagen, van vrijdag 20 maart tot en met zondag 22 maart, is hij er voor zes uitvoeringen van de Matthäus Junior, eveneens in de Grote Kerk. Schets maakte als koordirigent grote naam in Gelderland en daarbuiten. Naast zijn werk als dirigent en kerkmusicus, was hij ook als docent actief.