kerstboom
mannelijk (de)/ˈkɛrs(t)bom/
Wat is de betekenis van kerstboom?
kerstboom betekent: (kerst), (plantkunde) rond Kerstmis opgestelde naaldboom met allerlei versieringen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kerst), (plantkunde) rond Kerstmis opgestelde naaldboom met allerlei versieringen
- (kerst), (plantkunde) namaakboom die rond Kerstmis wordt opgesteld met allerlei versieringen
Voorbeelden van "kerstboom" in een zin
- Bijna iedereen heeft met Kerstmis een kerstboom in de huiskamer staan.
- De brandende lampion die de kinderen, op de avond van Sint Maarten, zingend langs de huizen dragen, de kerstboom, de suizende lichtpijlen als het nieuwe jaar begint en de hoge sprong over het vuur op het zomerfeest van Sint Jan.
- In het ouderlijk huis trof ik mijn moeder op de grond, in gevecht met de plastic kerstboom die drie keer dubbelgeklapt in een bewaarhoes moest.
Etymologie
* , aangetroffen vanaf 1837
Vertalingen
EngelsChristmas tree
Fransarbre de Noël, sapin de Noël
DuitsWeihnachtsbaum, Christbaum
Spaansárbol de Navidad
Italiaansalbero di Natale
Portugeesárvore de Natal
Russischновогодняя ёлка, ёлка
Japansクリスマスツリー
Poolschoinka
Zweedsjulgran
Deensjuletræ
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek