kerstpreek
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kerst) (religie) een preek gehouden in de kerstperiode in het teken van KerstmisDe dominee gaf een bittere kerstpreek dat de mensen meer aan elkaar moesten denken.
Etymologie
* Samenstelling van kerst en preek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek