keukenplank
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plank in de keuken waarop men keukenbenodigdheden kan zettenDe pot met vogellijm had ik op de keukenplank in de caravan gezet.De rechtbank in Alkmaar heeft een 56-jarige vrouw uit Castricum tbs met voorwaarden opgelegd voor de moord op haar echtgenoot. De vrouw sloeg de 56-jarige man op 24 januari vorig jaar uit het niets dood met een zware houten keukenplank. Volgens de rechtbank was de vrouw ten tijde van het misdrijf psychotisch en is zij daarom volledig ontoerekeningsvatbaar.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek