kibbelen

/kɪbələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) woordenstrijd hebben
    De kinderen kibbelden weer eens op de achterbank.

Etymologie

*(freqtt) Middelnederlands "kiven" "strijden" , waarbij -v- door expressieve geminatie -b- wordt; kiven is in het kijven geworden

Vertalingen

Engelsquibble, argue
Franschamailler
Duitszanken
Spaansreñir, disputar, altercar