ruziën
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ruzie maken.Die twee zijn al heel de dag aan het ruziën.
Etymologie
*afgeleid van "ruzie" + '-en'
Vertalingen
Engelswrangle, bicker, quarrel
Fransse disputer
Spaansdisputar, reñir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van "ruzie" + '-en'