kiften
/ˈkɪftə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ruzie makenAls er onderling werd gekift, deed hij liefst alsof hij niks hoorde.
Etymologie
*afgeleid van kijven
Vertalingen
Engelsquarrel, wrangle
Spaansdisputar, reñir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van kijven