Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kielhoutje

/ˈkilhɑucə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) (strijkinstrument) onderdeel aan de bovenkant van de toets, waar de snaren vanaf de toets naar de stemschroeven of stemmechanieken lopen, met als doel het handhaven van de onderlinge afstanden tussen de snaren, en de afstand tussen toets en snaren
    Als ik het kielhoutje lager maak, dan zou het staartstuk het deksel raken, want de viool is al zeer buikig.

Etymologie

**[2] omdat de gebogen vorm aan de kiel van een schip doet denken

Vertalingen

Engelsnut
Franssillet, sillet de tête
DuitsSattel, Obersattel