brug

mannelijk/vrouwelijk (de)/brʏx/

Wat is de betekenis van brug?

brug betekent: (bouwkunde), (verkeer), (waterbeheer) kunstmatige weg over een diepte

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, verkeer, waterbeheer (bouwkunde), (verkeer), (waterbeheer) kunstmatige weg over een diepte
  2. tandheelkunde (tandheelkunde) element ter vervanging van een of meer echte tanden, meestal in de vorm van meerdere kronen [4]
  3. scheikunde (scheikunde) een verbinding tussen twee moleculen
  4. sport (sport) een turnapparaat
  5. techniek (techniek) een hulpmiddel in de garage om een wagen mee op te tillen
  6. scheepvaart (scheepvaart) de plaats op een schip vanwaar het bestuurd wordt
  7. techniek (techniek) elk van de steunplaatjes, aan een van de vlakke zijden van een horloge, voor de draaiende onderdelen
  8. natuurkunde (natuurkunde) elektrische verbinding die over gedrukte bedrading is aangebracht
  9. informatica (informatica) aansluitmogelijkheid tussen gelijksoortige netwerken
  10. figuurlijk, persoon (figuurlijk), (persoon) iemand die de culturele en/of taalkundige kloof tussen groepen probeert te dichten
  11. optica (optica) middenstuk van een bril [1]
  12. luchtvaart (luchtvaart) verbinding tussen twee punten met hulp van vliegtuigen
  13. kaartspel (kaartspel) een kaartspel
  14. muziek (muziek) (snaarinstrument) onderdeel aan de bovenkant van de toets, waar de snaren vanaf de toets naar de stemschroeven of stemmechanieken lopen, met als doel het handhaven van de onderlinge afstanden tussen de snaren, en de afstand tussen toets en snaren
  15. muziek (muziek) (gitaar) bevestiging van de snaren aan de klankkast
  16. muziek (muziek) (viool) kam, onderdeel dat de snaren met de klankkast verbindtDeze leenvertaling uit het Engels, is verwarrend omdat deze term in het Nederlands traditioneel al wordt gebruikt voor een onderdeel aan het verste uiteinde van de toets.

Voorbeelden van "brug" in een zin

  • Nadat zij de brug over waren, bevonden zij zich in de oude stad.
  • We stopten rond 1 uur ’s nachts om nog wat uren te kunnen slapen in het donker. We vielen in slaap onder een brug, waardoor we in de ochtend moesten meebewegen met de schaduw.
  • De bruggen over de grachten zijn typisch Hollands.
  • Wat kost een brug bij de tandarts?
  • Hij was met gym nooit erg goed, maar op de brug was hij dat zeker wel.

Etymologie

:Noord: : bryggja, /: brygge, (: bryggja), /: bryggja

Uitdrukkingen

  • Dat is een brug te verDat is te hoog gegrepen
  • Bruggen slaan / bouwen(onverzoenlijke) standpunten bij elkaar brengen
  • Men moet geen hei roepen, voor men over de brug isStoett-879 [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0888.phpv879 www.dbnl.org]
  • Over de brug komenveel geld moeten betalen

Vertalingen

Engelsbridge
Franspont
DuitsBrücke
Spaanspuente, bóveda
Italiaansponte
Portugeesponte
Russischмост
Japans橋, 橋梁
Koreaans다리, 교(橋), 교량(橋梁))
Arabischجسر, قنطرة
Turksköprü
Poolsmost
Zweedsbro
Deensbro