kiemen
/ˈkimə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (plantkunde) (van zaden) de eerste scheut gaan vormen
- (erga) (plantkunde) (van planten, stengels of bladeren) als eerste scheut ontstaan
- (erga) (figuurlijk) zich beginnen te ontwikkelen
werkwoord
- (inerg) (Antillen) sterke hitte uitstralen
Etymologie
*[B] via "kima" van "queimar" of "quemar"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek