Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kietelaar

mannelijk (de)/หˆkitษ™หŒlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die bij een ander door lichte aanraking van gevoelige stukken huid een lachreflex veroorzaakt
    Ha, stop, hahie, hou op, stop! Je kraait en probeert de armen van de kietelaar weg te duwen. Eigenlijk wil je dat het kietelen stopt. Maar waarom lach je dan zo hard?
  2. anatomie, seksualiteit (anatomie) (seksualiteit) gevoelig orgaan bovenaan de schaamspleet van de vrouw dat voor de seksuele opwinding zorgt
    Guggenheimer zit te schelden, politiek incorrect te mopperen (โ€˜Wie lieve schaapjes zonder verdoving slacht, bij vrouwen de kietelaar tot moes versnijdt en de Arabische Lente stokken in de wielen steekt, die kon bezwaarlijk op Guggenheimers sympathie rekenenโ€™).

Etymologie

*afgeleid van "kietelen"