kilometer
mannelijk (de)/ˈkiloˌmetər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde), (wiskunde), (eenheid) een lengtemaat met een waarde van 103 meter of 1.000 meter, weergegeven met symbool kmDeze auto kan maximaal 180 kilometer per uur rijden.De Kilometer (een woord van het Grieksche Chilioi, duizend afgeleid,) bevat duizend Meters, honderd Decameters en tien Hectometers, en dient, om grootere afstanden uit te drukken (...)Deze conclusie, zijn verklaring van plichtsbesef en de resten van zijn garnalensoesje spoelde hij weg met een grote slok zoete witte wijn, terwijl ik bleef zitten met de vraag hoe hij vanuit dit geïsoleerde hotel, dat op honderden kilometers van zee lag, leiding gaf aan een intercontinentaal georiënteerd maritiem bedrijf, maar ik durfde het niet te vragen, want hij had alweer een nieuw roesje in zijn mond gestopt.
- (verkorting) kilometer per uur (soms gebruikt als uit de context al duidelijk is dat het om een snelheid gaat)In de dagelijkse dienst kwam men niet verder dan een kilometer of 35, hard genoeg voor de meeste reizigers.Intusschen moesten de machines voortdurend worden nagekeken, want zij werkten onophoudelijk door en de snelheidsmeter stond onveranderlijk op 110 kilometer.
Etymologie
* Afleiding van het Nederlandse zelfstandige naamwoord meter
Vertalingen
Engelskilometre, kilometer
Franskilomètre
DuitsKilometer
Spaanskilómetro
Turkskilometre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek