kinderzin

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de reine, onschuldige gezindheid van kinderen
    Roep, met vromen kinderzin,Dan des Vaders zegen in;Hij, die van zijn' HemeltroonD'arbeid krachten geeft en loon. (1861)–Jan Pieter Heije [https://www.dbnl.org/tekst/heij007alki01_01/heij007alki01_01_0104.php Al de kinderliederen]