kippenlever

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɪpə(n)ˌlevər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een hoen,
  2. voeding (voeding) orgaan van een hoen, na het slachten gegeten als delicatesse
    Maar kippenhartjes zijn in Nederland voor de poes, en kippenlever – ook een soort slachtafval – wordt vooral door oude mensen gegeten. Een vergissing, want er is maar weinig dat zo mals en zo zacht is als gebakken kippenlevertjes met ui, afgeblust met een scheutje cognac of marsala, op een geroosterd broodje.

Vertalingen

Engelschicken liver
Fransfoie de poulet
DuitsPouletleber
Spaanshigado de pollo
Italiaansfegato di pollo
Poolswątroba z kurczaka