klanknabootsing

vrouwelijk (de)/ˈklɑŋknabotsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het (proberen) een zelfde geluid te produceren
    Sommige vogels kunnen zeer geloofwaardige klanknabootsingen maken, zoals papegaaien die menselijke spraak imiteren.
  2. taalkunde (taalkunde) een woord dat is ontstaan uit het proberen een geluid na te doen
    Woorden als koekoek en tsjilpen zijn klanknabootsingen.

Vertalingen

Engelsonomatopoeia, onomatopoeia
Fransonomatopée, onomatopée
DuitsLautmalerei, Lautmalerei
Spaansonomatopeya