klant
mannelijk (de)/klɑnt/
Wat is de betekenis van klant?
klant betekent: (economie) afnemer van een product of dienst van een leverancier
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) afnemer van een product of dienst van een leverancier
Voorbeelden van "klant" in een zin
- In Tain l'Hermitage zien we een vervallen garage uit de jaren dertig. G RAGE staat boven de poort, zoals de Nationale 7 ook veel OTELS en RE TAUR NTS kent. De pompen staan er nutteloos bij, op een uithangbord wuift een Michelinmannetje naar de klanten die nooit meer zullen komen.
- Wat me wel is gelukt is om af en toe voor klanten in het buitenland vanuit huis opdrachten uit te voeren.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘cliënt’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Uitdrukkingen
- De klant is koning — Het is de klant die bepaalt hoe het eindproduct of de geleverde dienst moet zijn, de leverancier heeft zich enkel daarnaar te schikken
- Een rare klant — Iemand die zich vreemd gedraagt
- Een vaste klant — Iemand die vaak/op vaste momenten iets koopt bij een specifieke winkel
Vertalingen
Engelsclient, customer
Fransclient
DuitsKlient, Kunde
Spaanscliente
Italiaanscliente
Portugeescliente
Deenskunde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek