klapekster

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) vogel ter grootte van een merel met een kenmerkende haaksnavel en zwart-grijs verenkleed uit de familie der klauwieren
  2. kletser

Etymologie

* In de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860