klasse

vrouwelijk (de)/ˈklɑsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzameling gelijkwaardige individuen
    De arbeiders vormden duidelijk hun eigen klasse in de maatschappij van de vroege twintigste eeuw, maar later werden de grenzen minder scherp.
  2. wiskunde (wiskunde) alle elementen van een wiskundige groep die door een similariteitstransformatie in elkaar over te voeren zijn
    In de kubische puntgroep Oh vormen de acht C3-operaties een klasse.
  3. biologie (biologie) taxon dat bestaat uit een of meer ordes en dat deel uitmaakt van een stam (phylum)
    De klassen Mammalia en Aves behoren in de traditionele systmatiek tot de Vertebrata.
  4. vooral als hoge kwaliteit
    Kok bewees haar klasse in Thialf op ondubbelzinnige wijze door drie van de vier afstanden te winnen.
tussenwerpsel
  1. informeel (informeel) heel goed, prima
    Wauw, klasse!

Etymologie

*via "classe" of direct vant Latijn "classis"

Vertalingen

Engelsclass
Fransclasse
Spaanscategoría, clase, género