klats
mannelijk (de)/klɑts/
Wat is de betekenis van klats?
klats betekent: geluid van een klap met iets dat een veerkrachtig of vloeibaar oppervlak heeft
Betekenis
tussenwerpsel
- geluid van een klap met iets dat een veerkrachtig of vloeibaar oppervlak heeft
zelfstandig naamwoord
- klap met iets dat een veerkrachtig of vloeibaar oppervlak heeft
zelfstandig naamwoord
- kleine hoeveelheid vloeibaar of strooibaar materiaal
- restant drank of voedsel
Voorbeelden van "klats" in een zin
- Wederom sloeg de vuist in het gelaat, recht in de ogen, tegen de neus, in de maag, onder de kin. ‘Alsjeblieft! Die is voor jou! En deze ook! Je weet zeker wel waarvoor! En hier, klats, moge het je bekomen!’
- ‘Dat mag je niet, stoute jongen’, zegt Meer tegen Lowieke en als ie begint te huilen, geeft ze 'm 'n klats over z'n broek.
- Als hij durfde omkijken, moest er een klaar zijn om hem in het gezicht te spuwen. Ja met een goeie vette klats, zo'n bruine van een peelwerker.
Etymologie
*(klanknabootsing), cognaat met "Klatsch"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek