kledingstuk
onzijdig (het)/ˈkledɪŋˌstʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een deel van de kledingHij kocht dat kledingstuk op de markt.
Vertalingen
Engelsgarment, article
Fransvêtement
DuitsKleidungstück
Spaanstraje, prenda, vestir
Italiaansvestito
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek