kledingstuk

onzijdig (het)/ˈkledɪŋˌstʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een deel van de kleding
    Hij kocht dat kledingstuk op de markt.

Vertalingen

Engelsgarment, article
Fransvêtement
DuitsKleidungstück
Spaanstraje, prenda, vestir
Italiaansvestito