kleden
/ˈkledə(n)/
Wat is de betekenis van kleden?
kleden betekent: (ov) kleren aandoen
Betekenis
werkwoord
- (ov) kleren aandoen
- (refl), zich ~: met weefsel bedekken, van kleding voorzien
Voorbeelden van "kleden" in een zin
- Marjorie Quick was klein en tenger, met een kaarsrechte rug, en bij haar manier van kleden vielen Pamela's inspanningen totaal in het niet.
- Zij kleedt zich altijd volgens de laatste mode.
Uitdrukkingen
- Hij is op zijn Paasbest gekleed — Stoett-1762 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelsclothe, dress
Duitskleiden, kleiden
Spaansvestir, vestir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek