Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kleine eekhoornkoekoek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (koekoeksvogels) een vogel uit de familie (koekoeken). Deze soort komt voor van oostelijk Panama tot noordoostelijk Brazilië en noordelijk Bolivia en telt twee ondersoorten
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek