Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kleine renkoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een Noord-Amerikaanse koekoeksoort. Het is een van twee soorten renkoekoeken (Geococcyx). De kleine renkoekoek lijkt qua uitzicht en gedrag op de grote renkoekoek (Geococcyx californianus) maar is kleiner en heeft een beduidend kortere snavel

Etymologie

*(coll)