Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kleine sprinkhaanzanger

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogel uit de familie der sprinkhaanzangers (Locustellidae). De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Coenraad Jacob Temminck in 1840. Deze 11,5 cm lange gestreepte vogel heeft geelbruine poten. De kleine sprinkhaanzanger telt twee ondersoorten

Etymologie

*(coll)