Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kleine veldleeuwerik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae). Deze soort komt wijdverspreid voor in Azië en telt 13 ondersoorten
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek