Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kleine veldleeuwerik

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae). Deze soort komt wijdverspreid voor in Azië en telt 13 ondersoorten

Etymologie

*(coll)