Kleingeld
Wat is de betekenis van Kleingeld?
Kleingeld betekent: geld in kleine coupures, vooral in munten
Betekenis
- geld in kleine coupures, vooral in munten
Voorbeelden van "Kleingeld" in een zin
- Hij heeft altijd wel kleingeld in zijn zakken zitten.
Betekenis en uitleg van Kleingeld
Kleingeld verwijst naar muntjes van lage waarde, zoals centen en dubbeltjes. Het zijn de kleine, vaak vergeten bedragen die je in je portemonnee kunt vinden en die je soms nodig hebt voor dagelijkse aankopen of om exact af te rekenen.
Je gebruikt het woord kleingeld vaak in situaties waarin je het hebt over het betalen van kleine bedragen, bijvoorbeeld in een winkel of bij een automaat. Het kan ook figuratief gebruikt worden om te verwijzen naar kleine, onbelangrijke zaken. Kleingeld is dus niet alleen praktisch, maar ook een handig begrip in gesprekken over financiën.
Voorbeelden
- Ik heb geen kleingeld voor de parkeermeter, dus ik moet even naar de winkel om wat muntjes te halen.
- Als je op reis gaat, vergeet dan niet om wat kleingeld mee te nemen voor de fooi.
- Na het afrekenen had ik nog wat kleingeld over, dat ik in een spaarpot deed.
Woordoorsprong
Het woord kleingeld is samengesteld uit 'klein', wat duidt op de geringe waarde, en 'geld', wat verwijst naar de algemene term voor betaalmiddelen.
Veelgestelde vragen over Kleingeld
Wat is de betekenis van Kleingeld?
Kleingeld betekent: geld in kleine coupures, vooral in munten
Welk woordgeslacht heeft Kleingeld?
Kleingeld is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je Kleingeld in een zin?
Voorbeeld: “Hij heeft altijd wel kleingeld in zijn zakken zitten.”