kleinigheid
vrouwelijk (de)/ˈklɛinəxˌhɛit/
Wat is de betekenis van kleinigheid?
kleinigheid betekent: iets onbelangrijks
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets onbelangrijks
Voorbeelden van "kleinigheid" in een zin
- "Ik heb een brief van onzen Frederik ontvangen, die mij, uit hoofde van eene tusſchenkomende kleinigheid, heeft doen beſluiten, om weder naar Antwerpen te keeren".
Veelgestelde vragen over kleinigheid
Wat is de betekenis van kleinigheid?
kleinigheid betekent: iets onbelangrijks
Welk woordgeslacht heeft kleinigheid?
kleinigheid is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je kleinigheid in een zin?
Voorbeeld: “"Ik heb een brief van onzen Frederik ontvangen, die mij, uit hoofde van eene tusſchenkomende kleinigheid, heeft doen beſluiten, om weder naar Antwerpen te keeren".”
Etymologie
*afgeleid van kleinig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek