kleinood
onzijdig (het)/ˈklɛinot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein voorwerp van hoge waardeHet kleinood werd zorgvuldig opgeborgen.
- draagteken van een ridder- of andere orde in de vorm van een versiersel dat hangt aan een om het lichaam gedragen lint, keten of koord
Etymologie
*van Middelnederlands "cleinoot" / "clenode", in de betekenis van ‘kostbaar voorwerp’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelsjewel
Fransjoyau
DuitsKleinod
Spaansjoya
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek