Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kleinoogrog
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kraakbeenvissen) een rog uit de familie . Deze kraakbeenvis komt voor in kustwateren en diepe riviermondingen met een zandbodem, in de noordoostelijke Atlantische Oceaan en de Noordzee langs de kusten van West-Europa van Gibraltar tot de . Er zijn ook vangsten langs de Noord-Afrikaanse kust
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek