kleinzoon

mannelijk (de)/ˈklɛinzon/

Wat is de betekenis van kleinzoon?

kleinzoon betekent: (familie) een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind

Betekenis en uitleg van kleinzoon

Een kleinzoon is de zoon van je kind, dus als je zelf kinderen hebt, is hun zoon jouw kleinzoon. Het is een term die vaak wordt gebruikt in de context van familie en generaties.

Het woord 'kleinzoon' komt vaak ter sprake tijdens familiebijeenkomsten of gesprekken over de afkomst en familiebanden. Het kan ook een emotionele lading hebben, vooral als er gesproken wordt over de rol van grootouders in het leven van hun kleinkinderen. Het gebruik van het woord benadrukt de verbinding tussen generaties en de vaak speciale relatie die grootouders met hun kleinzonen hebben.

Voorbeelden

  • Mijn kleinzoon is vandaag jarig, en we gaan hem verrassen met een groot feest.
  • Als ik naar mijn kleinzoon kijk, zie ik zoveel van mijn zoon in hem terug.
  • Zij vertelt met veel trots over de prestaties van haar kleinzoon op school.

Woordoorsprong

Het woord 'kleinzoon' is samengesteld uit 'klein', wat vaak duidt op iets dat kleiner of jonger is, en 'zoon', wat verwijst naar een mannelijke afstammeling.

Veelgestelde vragen over kleinzoon

Wat is de betekenis van kleinzoon?

kleinzoon betekent: (familie) een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind

Welk woordgeslacht heeft kleinzoon?

kleinzoon is een mannelijk (de).

Etymologie

*uit Frans petit-fils,

Vertalingen

Engelsgrandson
Franspetit-fils
DuitsEnkel
Spaansnieto