kletspraat

mannelijk (de)/ˈklɛtsprat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onzin die iemand vertelt
    Deze jongen had weer enorme kletspraatjes uitgekraamd over de wilde avonturen die hij op zijn vakantie had meegemaakt.
    De informatie bestaat voor 90 procent uit gissingen, vermoedens, kletspraat en gekissebis tussen leken die het beter denken te weten dan andere leken. En ergens in die brij zit misschien de oplossing, maar misschien ook niet. NRC Jan Kuitenbrouwer 12 september 2016

Vertalingen

Engelsgossip