kleurenweelde
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een prachtige hoeveelheid kleurenHij zag er al de uit het Westland aangekomen vruchten in het kapellicht gloeien, de zolder had vòor en achter kapellicht; de lange vlaggestok dien ze voor een klant bewaarden, lag er bijna als een maatstok neêr; wat een gaafheid, wat een kleurenweelde; ze kregen het nooit op, appelen, geel en rood, soms bevlamd met rood en soms een beetje groen nog.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek